Heksen en Wicca.
Het is moeilijk om te beschrijven wat Wicca juist is. Iedereen kan er een verschillende betekenis aan geven. Wicca heeft voor mij waarschijnlijk een andere betekenis dan voor jou. Wicca's houden veel van de natuur, en geloven in de krachten die de natuur heeft en ons schenkt. Wicca is dus een natuurreligie. Ze vieren Sabbats, Esbats, en nog andere feesten. Ik geloof sterk in de krachten van de natuur, maar geloof wel niet in een God of een Godin, wat de meeste wicca's dus wel doen. Er zijn verschillende benamingen voor die God en Godin: bijvoorbeeld Pan (God).
Wat heeft Wicca met de Duivel te maken?
Er is geen verband tussen Wicca en de Duivel. Satan is een uitvindsel van het Christendom en het Christendom en Wicca zijn twee totaal verschillende religies.
Wanneer is Wicca ontstaan?
Dr. Margaret Murray volgde het spoor van de hekserij terug en zag bronnen van wicca in het Paleolithicum ( de oude steentijd), vijfentwintigduizend jaar geleden. In 1604 vaardigde koning Jacobus I zijn wet op de hekserij uit, mar deze werd in 1736 afgeschaft. Hij werd vervangen door een wet die stelde dat er niet zoiets als hekserij bestond, en dat iemand die zei dat hij over occulte vermogens beschikte vervolgd kon worden wegens oplichterij. Tegen einde van de zeventiende eeuw waren de overlevende leden van de Wicca ondergronds gegaan. Gedurende de volgende driehonderd jaar leek de hekserij van de aardbodem te zijn verdwenen. Maar een religie die twintigduizend jaar had bestaan, hield uiteraard niet zo eenvoudig op te bestaan. In kleine groepen - covens die in stand waren gehouden, vaak alleen bestaande uit familieleden - bleef de Wicca bestaan. Op literair gebied vierde het christendom hoogtij. De drukkunst was uitgevonden en ontwikkeld tijdens de vervolgingen, en dus was alles wat over hekserij werd gepubliceerd, geschreven vanuit het standpunt van de Kerk. In latere tijden hadden boeken alleen deze eerste werken om aan te refereren, dus was het niet vreemd dat ze bol stonden van vooroordelen tegen de Oude Religie. In feite hield die algemene bevooroordeeldheid aan tot 1921, toen Dr. Margaret Alice Murray 'The Witch Cult in Western Europe' publiceerde. Bij het bestuderen van verslagen over rechtszaken uit de Middeleeuwen vond Murray (een eminent antropologe en deelstijds professor in de egyptologie aan London University) aanwijzingen die erop leken te duiden dat er een duidelijk omlijnde, georganiseerde voorchristelijke religie bleek te bestaan achter al die 'lariekoek' van de christelijke beschuldigingen. Hoewel haar theorieën op sommige gebieden uiteindelijk iets te vergezocht bleken, bevatten ze wel degelijk een kern van waarheid. Ze zette haar opvattingen in 1931 verder uiteen in een tweede boek, 'The God of the Witches'. In Engeland werden in 1951 de laatste wetten tegen hekserij eindelijk afgeschaft. Dit maakte voor de heksen zelf de weg vrij om van zich te doen horen. In 1954 schreef Dr. Gerald Brousseau Gardner het boek 'Witchcraft Today'. Hij beschreef hoezeer de Wicca nog altijd leefde, ook al was dat ondergronds. Hij was de eerste die het verhaal belichtte van de kant van de heksen. In Amerika was de eerste heks die in de openbaarheid trad Raymond Buckland. Op dat moment waren er nog geen covens in dit land bekend. Tegenwoordig is het in Amerika helemaal niet ongewoon meer om openbare wiccafestivals en seminars aan te treffen op zulke onwaarschijnlijke plekken als familiecampings en in motels als Holiday Inn. Heksen verschijnen in talkshows op tv en radio, er wordt over geschreven in plaatselijke en landelijke dagbladen en tijdschriften. Er worden wiccacursussen gegeven op universiteiten. Wicca heeft een plaats in de geschiedenis van het verleden en zal die vast en zeker ook in de toekomst hebben.